Berichten

Tweede kamerlid Stieneke van der Graaf vraagt gokminister Sander Dekker om uitleg.

kingCU kamerlid Stieneke van der Graaf heeft op 7 januari demissionair minister Sander Dekker een aantal schriftelijke vragen gesteld over het Nederlandse beleid om gokverslaving tegen te gaan. Het antwoord kwam op 9 februari. De vragen gingen over reclame uitingen zoals Koning Toto, de maatschappelijke kosten van gokverslaving, het gebruik van de eufemistische term “Verantwoord Spelen” door de Kansspelautoriteit en kansspelindustrie en of de regering bereid is in gesprek te gaan met ervarings- en verslavingsdeskundigen om taal en communicatie op het gebied van kansspelverslavingspreventie niet aan te laten sluiten op wat de markt wil, maar op wat het beste werkt in het voorkomen van kansspelverslavingen.

De antwoorden van de minister  [download hier de PDF]

gingen niet dieper in op de vraag maar gaven meer een uitleg van hoe het werkt. Zo antwoordde hij dat: reclame noodzakelijk is voor succes legalisering en de controle bij de Kansspelautoriteit ligt, er vanaf 2015 geen zicht is op de maatschappelijke kosten van gokverslaving maar wel gegevens komen over het aantal mensen in behandeling, de Lotto marketing in 2019 ruim € 51 miljoen bedroeg en eigen onderzoek over bereik jongvolwassenen niet openbaar is, de term ‘Verantwoord Spelen’ een bredere term is die de lading dekt waarmee o.a. de speler in staat gesteld wordt om een geïnformeerde keuze te maken, en ligt voor de minister de eindverantwoordelijkheid over de communicatie bij de vergunninghouder van kansspelen. Daarbij stelt de minister dat in samenspraak met representatieve en onafhankelijke organisaties nieuwe waarschuwende teksten worden vastgesteld.

Met de beantwoording van deze vragen door onze ‘gokminister’ is duidelijk geworden dat er nog onvoldoende diepgang zit in het proces van voorkomen van gokverslaving. Teveel wordt overgelaten aan bestaande instituties die al jarenlang niet de groei van het aantal gokverslaafden hebben weten te voorkomen. Daarnaast is het aantal behandelingen in de GGZ voor gokverslaving nog nooit zo laag geweest, terwijl de regering zich bij het maken van beleid wel baseert op cijfers van in behandeling zijn. In de wereld van het voorkomen van gokverslaving een non-contradictie bij uitstek.

Door Raymond Aronds,

Onderzoeker gokproblematiek.

Eén op drie minderjarigen kocht ooit al krasbiljet – kraslot

Vanaf hun achttiende verjaardag mogen jongeren op de lotto spelen, een krasbiljet kopen of deelnemen aan weddenschappen.

Archiefbeeld.

VAD (Vlaams expertisecentrum voor alcohol en andere drugs) organiseert elk schooljaar een bevraging bij 7.500 leerlingen uit het secundair onderwijs, over de thema’s roken, alcohol, psychoactieve medicatie, illegale drugs, gokken en gamen. Uit de resultaten van het schooljaar 2017-2018 blijkt dat één op drie jongeren een krasbiljet kochten voor hun achttiende verjaardag.

Alle soorten gokspelen zijn verboden voor minderjarigen. Vanaf hun achttiende verjaardag mogen jongeren op de lotto spelen, een krasbiljet kopen of deelnemen aan weddenschappen. Om online te gokken, het casino te bezoeken of te pokeren voor geld moeten jongeren wachten tot hun eenentwintigste verjaardag.

Dat leeftijdsverbod houdt jongeren niet tegen om op de lotto te spelen of een krasbiljet te kopen, blijkt uit de cijfers van het VAD. 27 procent van de veertienjarigen kocht ooit al een krasbiljet. Bij de vijftienjarigen stijgt dat aantal tot 33 procent.  Ook met de lotto wachten heel wat jongeren niet tot ze meerderjarig zijn. Tegen hun achttiende verjaardag speelden maar liefst één op vijf Vlaamse jongeren al minstens één keer op de lotto.

Slechts 0,8 procent speelt regelmatig

Het VAD vindt het opvallend dat de spelen van de Nationale Loterij al “goed ingeburgerd zijn op jonge leeftijd”. Directeur Katleen Peleman waarschuwt in De Standaard dat de spelen van de Nationale Loterij als opstapje kunnen dienen naar andere gokspelen zoals sportweddenschappen. Voor het VAD zijn krasbiljetten en andere lottoproducten niet onschuldig. “We zien dat mensen er evengoed verslaafd aan kunnen zijn”, zegt Peleman.

De resultaten van de VAD-bevraging wijzen niet op een probleem volgens de Nationale Loterij. De meeste jongeren die al in contact kwamen met hun producten, deden dat “ooit”. Slechts 0,8 procent geeft aan “regelmatig” mee te spelen. “We weten dat regelmaat kan leiden tot gokverslaving. Dat is hier niet het geval. Er is een groot verschil tussen ooit eens spelen en regelmatig spelen”, nuanceert woordvoerder Joke Vermoere de cijfers.